De samenwerkingsovereenkomst Dare-2-Share is opgemaakt uit verschillende componenten. Deze componenten hangen af van de vorm van samenwerking die wordt aangegaan met de verschillende partijen.

Waar moeten partijen aan denken? Wat spreek je zoal af? Deze overeenkomst dient als praatplaat en kan dus niet zonder meer worden gekopieerd voor de eigen situatie. Er is bijvoorbeeld gekozen voor een platformconstructie met een vertrouwde informatiebeheerder of broker (zie bovenstaande uitleg 2).

Zie hieronder de uitleg per onderdeel van de samenwerkingsbijeenkomst:

Partijen: Allereerst dienen de betreffende samenwerkende ‘partijen’ in het contract opgenomen te worden.
Overwegende dat: Daarna wordt onder ‘Overwegende dat’ de intenties van de partijen weergegeven.
Hoofdstuk 1 definities: Hierin staan de veel voorkomende begrippen die in de samenwerkingsovereenkomst staan, zodat er achteraf bijvoorbeeld geen onenigheid kan ontstaan over de uitleg van ‘data’ of een ‘gebruiker’.
Hoofdstuk 2 doel en omschrijving project: Hier wordt het project omschreven, wat gaan partijen doen, wanneer doen zij dit en wat is het uiteindelijke doel. Hiervoor zijn bijlagen opgenomen, zoals een Projectplan (artikel 2.3).
Hoofdstuk 3 penvoerder/projectleider: De organisatie van het gezamenlijke project dient te worden vastgelegd. Wanneer je gaat samenwerken is het belangrijk om een organisatie vast te leggen die toezicht houdt op het reilen en zeilen van het project. In deze samenwerkingsovereenkomst is gekozen voor een structuur met een stuurgroep, penvoerder, projectleider en werkpakketleider. De organisatie hang sterk af van het aantal personen dat werkzaam is op het project.
◾ Partij A is Penvoerder.
◾ Penvoerder stelt een projectleider aan die verantwoordelijk is voor de het dagelijks projectmanagement (heeft geen zitting in de stuurgroep).
◾ Stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen bij de samenwerkingsovereenkomst.
◾ Werkpakketleider wordt per werkpakket door de stuurgroep aangesteld.

Wordt besloten het project met 3 partijen te starten voor een zeer specifieke opdracht, dan dient de organisatie anders te worden ingevuld.
Hoofdstuk 4 financiën: De financiën worden vastgelegd in een bijlage waarin de projectbegroting is opgenomen.
Hoofdstuk 5 geheimhouding: Deze paragraaf bevat de geheimhoudingsclausule. In een innovatiefase is geheimhouding essentieel, maar ook het kunnen delen van resultaten. (Onvoorziene) ontwikkelingen/resultaten kunnen van waarde zijn en niet zomaar gedeeld worden met derden. Hier moeten goede afspraken over worden gemaakt.
Hoofdstuk 6 rechten en projectresultaten: Dit is een belangrijk paragraaf, omdat hier vastgelegd wordt aan wie de rechten op bepaalde ingebrachte kennis of resultaten toekomen. Voor de exploitatie heeft op een zeker moment Partij A kennis van Partij B nodig, die regels worden hier vastgelegd.

In de subparagraaf ‘rechten op projectresultaten’ zijn twee vormen van samenwerking uitgewerkt. Dit heeft slechts gevolgen voor de rechten op de projectresultaten. Het beantwoordt bijvoorbeeld de vraag wie de projectresultaten mag exploiteren. Optie 1 wijst gezamenlijke rechthebbenden aan en optie 2 wijst enige rechthebbende aan. Deze keuze wordt gemaakt in het Projectplan, hier wordt aangegeven of er uiteindelijk gezamenlijk rechthebbende of enig rechthebbende voorvloeien uit de overeenkomst.
Hoofdstuk 7 beheer platform: Wanneer er wordt gekozen voor een samenwerkingsvorm, zoals in deze overeenkomst, wordt er gekozen voor een platform. Dit platform dient beheerd te worden door een ‘beheerder’, welke vooraf bepaald dient te worden. Specificeer daarom hier het beheer van het platform.
Hoofdstuk 8 gebruik platform: Het gebruik van het Platform wordt technisch zo geregeld dat er geen centrale opslag van data is. Er wordt slechts gebruik gemaakt van meta-data, waardoor het voor de Beheerder mogelijk is om data-locaties aan te wijzen. De data overdracht vindt plaats via het Platform, maar de leverancier van data blijft beschikken over ‘zijn’ data totdat deze overgedragen is aan de afnemer.

Mocht het platform in casu een andere vorm/werking krijgen, dan dient dit hier te worden aangepast. Zo is het namelijk niet altijd mogelijk om onder artikel 8.1 elke gebruiker zeggenschap te laten houden over zijn of haar data. Hier moet goed over nagedacht worden om discussie over de zeggenschap in een later stadium te vermijden.
Hoofdstuk 9 publicatie: Deze paragraaf gaat over de publicatie en openbaar maken van projectresultaten.
Hoofdstuk 10 aansprakelijkheid: Aansprakelijkheid van partijen voor mogelijke schade jegens elkaar en derden.
Hoofdstuk 12 en 13 wijziging en overdracht en ongeldige bepalingen: Paragraaf 12 gaat over wijzigingen en overdracht en Paragraaf 13 gaat over ongeldige bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst.
Hoofdstuk 14 recht en geschillen: In de paragraaf ‘recht en geschillen’ wordt van te voren bepaald welk recht van toepassing is en hoe geschillen beslecht zullen worden. Optie 1 Verplicht partijen eerst via mediation het geschil te beslechten, wanneer dit niet lukt zal het door middel van arbitrage opgelost moeten worden. Optie 2 Verplicht geschillen beslechting door de rechter. Indien partijen gezamenlijk besluiten eerst mediation willen proberen kan dat, echter kan dit alleen indien partijen hier beiden mee instemmen. In het geval van een conflict is dit vaak lastig.

Mocht er voorkeur zijn voor een andere manier van geschillenbeslechting dan de rechter, dan zou optie 1 een goede keuze zijn.
Hoofdstuk 15 overige bepalingen: Overige bepalingen: verhoudingen tussen Partijen en voorwaarden van overeenkomst.