Skillsprogramma als katalysator bij verbinden innovatie en leven lang ontwikkelen

Hoe kom je als Fieldlab tot een succesvol skillsprogramma? De komende maanden maken we een rondgang langs de koplopers binnen Nederland. In deel drie van deze serie gaan we in gesprek met Daniel Wortel, innovatiemanager bij Fieldlab ‘Duurzaamheidsfabriek’ in Dordrecht, waar via innovatieprojecten op een vernieuwende manier invulling wordt gegeven aan techniekonderwijs en aan een leven lang ontwikkelen.

1. Wat is het doel van De Duurzaamheidsfabriek?
“Wij ondersteunen bedrijven bij het aanpakken van (technische) kennisvraagstukken. Dit doen we door bedrijven te laten samenwerken met elkaar en met studenten en gaandeweg gedurende het project samen te innoveren en te leren.”

2. Hoe komt zo’n samenwerking tussen bedrijven en onderwijs tot stand?
“We verbinden de innovatievraagstukken van bedrijven aan onderwijs. Daarbij richten we ons met name op de toepassing van nieuwe, maar bewezen technologie, zoals bijvoorbeeld robotisering. Het begint vaak met een technisch-inhoudelijke vraag, maar het eindigt meestal met de vraag: hoe krijg ik mijn medewerkers mee? Ik kom bij veel bedrijven die denken dat de complexiteit van hun omgeving vraagt om hbo of wo-geschoolden. Vaak blijkt dat we in de praktijk de vraagstukken kunnen oplossen door zittende medewerkers en studenten uit het beroepsonderwijs (mbo en hbo) samen te laten werken in projecten.”

3. Hoe gaat dit in zijn werk?
“Wij zijn complementair aan de innovatievraagstukken van bedrijven. Wij komen niet direct kennis brengen, maar helpen eerst met het formuleren van wat nu eigenlijk de behoefte is. De aanleiding voor een innovatieproject is vaak een concreet probleem in het productieproces. In veel gevallen ligt achter zo’n vraagstuk een diepere vraag. Vervolgens gaan we samen met medewerkers van het bedrijf en onderwijs (docenten en studenten) met een gestructureerde aanpak aan de slag om tot de juiste oplossing te komen. Hierbij kijken we niet alleen naar de werkprocessen, maar proberen we ook verbindingen te leggen met de organisatiecultuur en andere vernieuwingen binnen het bedrijf.
Bij de verbinding tussen het bedrijf en het onderwijs, is het vraagstuk van het bedrijf altijd het vertrekpunt. Vervolgens zijn er drie ‘paden’ te onderscheiden in de aanpak: leren, werken en innoveren. Zo moeten de studenten natuurlijk worden opgeleid in de betreffende techniek. Dat gebeurt in het initiële beroepsonderwijs. Daarnaast moet de concrete innovatie worden ingebed in de nieuwe organisatie. Daarbij worden ook de medewerkers meegenomen in de vernieuwing én worden studenten en docenten betrokken zodat de innovatie ook op een organische manier landt in het onderwijs. Het derde pad betreft het ‘samen leren’, omdat tijdens een innovatie altijd nieuwe vraagstukken opduiken én ook nieuwe inzichten.”

4. Wat is het voordeel van de samenwerking tussen studenten en ervaren medewerkers in één project?
“Onze jongeren begrijpen en passen nieuwe technologie heel gemakkelijk toe. Werkende vaklieden zijn goed in hun vak. Daar maken we de match. Wij noemen dit het omgekeerd meester-gezel model: Door medewerkers en studenten in projecten samen te laten werken, vindt een omgekeerde kennisflow plaats. De studenten groeien op met het inzetten van technologie en lopen hierin voor ten opzichte van medewerkers, ze nemen hen in feite op sleeptouw. Tegelijk vult de medewerker de studenten aan, bijvoorbeeld op de specifieke randvoorwaarden van het project. Zo ontstaan er nieuwe rollen, die bestaande structuren doorbreken. Je ziet dat bedrijven bij innovaties behoefte hebben aan mensen die de inhoud van het werk op de werkvloer begrijpen (de beroepspraktijk) én begrijpen wat technologie daaraan kan toevoegen. De mbo’ers van nu kunnen die rol uitstekend pakken en zijn daarmee een soort vanzelfsprekende ‘implementatiespecialist’. Zij zijn heel goed om vanuit elementaire praktische kennis te komen tot integratie.”

5. Wat betekent dit voor het onderwijs?
“We gaan vaak buiten de comfortzone, door projecten te doen die niet vooraf in een boekje beschreven zijn. In onze visie is een skillsprogramma namelijk niet een vastgelegd programma, maar veel meer een proces van nieuw werken en het implementeren van nieuwe kennis. Zo’n proces kan je volgens vaste lijnen inrichten: opleiden, innoveren, accepteren en reageren. Dit vraagt wel om flexibiliteit van de onderwijsinstellingen.

6. Hoe organiseer je dit soort processen?
“We werken vooral vanuit de innovatieprojecten. Door goed contact te houden met onze partners en door hen mee te nemen in de achterliggende vraagstukken die spelen in zo’n innovatieproject, werken we samen aan structurele kennisoplossingen voor het bedrijf. Ieder bedrijf heeft een individuele vraag. Wij helpen deze bedrijven vooral met het vinden van hun ‘echte’ of ‘achterliggende’ kennisvraag. Dit is een van de onderdelen waar we als Fieldlab het bedrijf kunnen ondersteunen.”

7. Wat is de motivatie van bedrijven om mee te doen in jullie aanpak?
“Dat kan verschillen per bedrijf, de één doet mee om zijn netwerk binnen een sector te vergroten, de ander wil productieverbetering realiseren. Ook sociaal maatschappelijke factoren spelen mee. Alle partners vinden de verbinding met het onderwijs cruciaal. Daarnaast, omdat we als Duurzaamheidsfabriek steeds bekender worden en successen boeken, weten bedrijven ons steeds beter zelf te vinden!”

8. Hoe financieren jullie de Duurzaamheidsfabriek?
”De financiering bestaat uit verschillende onderdelen. Allereerst wordt het grootste deel van het Fieldlab verhuurd aan de gebruikers van de Duurzaamheidsfabriek. Daarnaast faciliteren we bijeenkomsten voor externen en wordt daarnaast subsidie verworven voor projecten samen met het Fieldlab.”

9. Kunnen jullie op den duur ook zonder subsidie?
“Nee, er zal altijd subsidie nodig zijn. Resultaten kunnen we wel borgen, maar de uitkomsten zijn nooit klaar. Gedurende het proces nemen we steeds meer mensen mee, en tegelijk blijven we werken aan het optimaliseren van dit proces, door nieuwe kennis te implementeren bij deze innovaties. Subsidies hebben wel de lastige eigenschap dat ze vaak periodiek zijn, terwijl onze aanpak juist een continue (verbeter)proces is. Wij hebben wel geluk met onze regio. Hier zit de een groot deel van de (maritieme) maakindustrie en we kunnen gemakkelijk partners vinden.”

10. Welke ontwikkelingen zien jullie op je af komen?
“We kijken steeds meer naar de gehele keten in het productieproces, van offerte, tot engineering en realisatie. De volgende innovatieprogramma’s vinden steeds plaats aan de voorkant van deze keten. We kunnen bijvoorbeeld met simulatiesoftware anticiperen op een efficiënter productieproces (digital twinning, red.). Dit koppelen we met onze skillsprogramma’s, maar niet specifiek in de vorm van cursussen, maar als een gezamenlijke aanpak en gedeelde visie. Daarnaast verbreden we ons op de velden van energie en zorg. De demografische ontwikkeling is zodanig, dat bedrijven wel moeten investeren in hun bestaande personeel, want de bron vanuit het regulier onderwijs krimpt. Een leven lang ontwikkelen is dan ook een belangrijk element van elke ontwikkeling bij de Duurzaamheidsfabriek.”