23 januari | We moeten aan de robot, en snel ook!

Robot-experts van het Harderwijkse robot-initiatief Fieldlab IR slaan alarm. ‘We’ liggen op het gebied van robotisering in de industrie ver achter bij landen om ons heen en ja, dat is link. Daar staat tegenover: als we die achterstand ombuigen, wacht een glorieuze toekomst.

De Nederlandse industrie moet ‘aan de robots’ en snel ook. De bevolking vergrijst en zonder die ‘slimme hulp’ gaat de BV Nederland het niet redden, waarschuwen robot-experts Piet Mosterd en Rik Grasmeijer van het Harderwijkse robotica-initiatief Fieldlab Industrial Robotics.

Grasmeijer buigt zich over het bureau heen: ,,Als we het welvaartsniveau zoals we dat nu kennen willen vasthouden, moeten we haast maken.”

Fieldlab IR zet zich in voor robotica-onderwijs en toepassing van robots in bedrijven in Oost-Nederland. Zo’n tien bedrijven, drie scholen (Windesheim, Deltion en Landstede) en de provincies Gelderland en Overijssel werken samen binnen het robotica-project.

,,Het is niet een kwestie of we ‘aan de robots’ willen. We zullen wel moeten. Door vergrijzing hebben we minder mensen die werken. Dus de mensen die wel werken, moeten meer produceren. De maakindustrie moet over twintig jaar twee keer zo veel produceren per medewerker. Dat kan niet zonder robots”, zegt Grasmeijer.

Robotdiploma

Het lab houdt kantoor bij AWL-Techniek dat onder meer robotlassystemen bouwt voor de Europese auto-industrie. Het bedrijf heeft een eigen testlaboratorium. Daar mogen ook studenten van drie kersverse robotopleidingen hun kennis oefenen op de modernste robots. De opleidingen startten vorig jaar met ongeveer honderd studenten bij de twee mbo’s en hbo van het Fieldlab.

Mosterd, oud-CEO van AWL-Techniek: ,,Die opleidingen bestaan nog nergens. Ja, sommige bedrijven bieden opleidingen die je alleen leren werken voor hun eigen robots. Maar dat is wat anders… Dan kun je alleen die robot bedienen, that’s it.”

Grasmeijer: ,,Wij willen toe naar robotica-certificaten waarvan je precies weet: als een student dat of dat certificaat heeft, dan kan hij dit en dit.” Beroepen als robot-operator, robot-engineer en robot-programmeur bestaan nu nog amper, maar dat gaat veranderen. Als alles meezit, gaat dat er dit jaar ook van komen. ,,We zijn bezig met de oprichting van het Nederlands Instituut voor Industriële Robotisering; met examinatoren die internationaal erkende certificaten mogen toekennen.”

Fieldlab IR bestaat nu ruim drie jaar, viert grote en kleine successen en heeft de wind mee (het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijsleerlingen daalt, maar het aantal scholieren dat kiest voor een technische opleiding groeit juist). Tegelijk kan het voor Mosterd en Grasmeijer niet hard genoeg gaan.

,,De achterstand op het gebied van robotica is nog erg groot. Landen om ons heen zijn al veel verder”, zegt Mosterd. Grasmeijer: ,,Wij scoren hoog in allerlei internationale lijstjes (Nederland staat elfde op de ‘wereldrobotranglijst’, LvK), maar die lijstjes kloppen niet.” Mosterd: ,,Er zijn in Nederland bedrijven die robots in een machine bouwen; maar die machines gaan bijna allemaal naar het buitenland.” Grasmeijer: ,,Als je kijkt naar het aantal bedrijven dat zelf robots gebruikt en toepast, dan doen we het een stuk slechter in die lijstjes.”

Niet dat we ons op het niveau van een ontwikkelingsland bevinden. Het is wel hoog tijd om de armen uit de mouwen te steken. ,,De metaalsector doet veel met lasrobots. En de voedselverwerkende industrie is er heel erg mee bezig. Dan houdt het al gauw op”, weet Grasmeijer, die parttime voor Fieldlab werkt en daarnaast als consultant bedrijven ‘robot-adviezen’ geeft.

Want zomaar een robot ergens neerzetten, ‘is niet de uitdaging’, zegt hij. ,,Het gaat erom wat je ‘m laat doen, hoe je een robot inpast in jouw productieproces. Moet hij alleen wat bestaand werk overnemen of kan hij misschien meer betekenen?”

Kabinet

Hij weet als geen ander dat het zendingswerk van Fieldlab IR ‘ongelooflijk belangrijk’ is. Dat zeggen ook MKB Nederland en het kabinet, dat dit jaar met een strategie komt voor ‘meer innovatie en ontwikkeling van sleuteltechnologieën’, zoals kunstmatige intelligentie en robotica.

Tegelijk vindt Grasmeijer het ‘jammer’ dat uitgerekend staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat de hoge positie op de wereldrobotranglijst aangrijpt om te constateren dat ‘we’ al goed op weg zijn met robotisering. ,,Vier jaar geleden stonden we op plaats 17, nu op 11,” zegt zij in een reactie tegen de Stentor. Ja, Nederland moet robotiseringsinitiatieven als het Harderwijkse Fieldlab ‘verder opschalen’. Zodat ‘onze bedrijven nóg meer de vruchten plukken van digitalisering en robotisering dan ze al doen’. Maar we staan goed opgesteld en maken al goede vorderingen, vindt de staatssecretaris.

Haar uitspraken doen ‘afbreuk aan de hoge urgentie’ die Grasmeijer en Mosterd ervaren. Grasmeijer: ,,We doen het best goed, maar de ontwikkelingen in de landen om ons heen gaan harder dan wij het goed doen.” Die achterstand ombuigen kost veel geld. ,,Daarvoor hebben we de overheid nodig. Dan zou het prettig zijn als die overheid eenzelfde urgentie voelt als wij.”

Zorgen

Ook Nederlandse bedrijven zelf laten het nog afweten, constateert hij. ,,Als we een symposium over robotica houden”, zegt hij, ,,laat 99 procent van de bedrijven dat links liggen. Daar maak ik mij zorgen over. Nou ja, ik máákte me er erg druk over, maar nu denk ik: we draaien het om, we doen het wel voor hen. Wij leiden studenten op en op een dag komen die bij een bedrijf binnen en zeggen: ‘Goh, doen jullie dat nog zo?’ Dan beseft zo’n ondernemer vanzelf dat hij of zij het misschien toch helemaal anders moet aanpakken.”

,,Ik hoor veel ondernemers zeggen: wat ik maak – mijn product is zo uniek – kan niet met robots. Of zij denken dat je alleen seriematig met robots kunt produceren. Dan is het boek al dicht, over, uit. Doodzonde. Ik geloof dat de meeste bedrijven – ook het midden- en kleinbedrijf met gemiddeld zes of zeven medewerkers – wel degelijk met robots aan de slag zouden kunnen.”

Nederlandse bedrijven zijn volgens Grasmeijer en Mosterd een meester in wat zij noemen ‘lean’: super-effectief produceren met minimale verspilling. Alles wat dat in de weg staat, los je op.

Grasmeijer: ,,Ze innoveren en ontwikkelen en voeren dat ook door. Ondernemers kunnen heel goed hun bedrijf efficiënt, slank, ‘lean’ inrichten. Daar zijn ze de afgelopen decennia zo goed in geworden dat zij er alles mee oplossen en andere technieken niet meer zien.” Dat is jammer, want een robot kan vaak meer en beter, sneller en goedkoper en opent zelfs deuren naar onvermoede nieuwe mogelijkheden.

Customizen

Er liggen vooral kansen, willen ze maar zeggen. Grasmeijer: ,,Je kunt met robots veel meer op maat leveren, klanten beter bedienen, producten customizen. Kijk naar Volkswagen. Je kunt je auto helemaal zo maken zoals je dat zelf wilt. Een piefje zus, een piefje zo… Je bouwt helemaal je eigen auto.” Het is een misverstand dat robots alleen goed zouden zijn voor seriematige productie, zegt hij. ,,Een robot kan heel goed enkelstuks produceren.”

Nog zo’n kans: Nederlandse bedrijven verlegden hun productie naar onder andere China. Daar kon alles sneller en goedkoper, maar robotisering zet dat op z’n kop. ,,Je ziet nu al dat bedrijven alles weer naar Nederland halen. Je kunt met robots jouw werk hier sneller, beter en voor hetzelfde geld of goedkoper doen. Bij Chinese bedrijven moet je betalen voor aflevering, je weet niet wat je krijgt en het transport kost veel tijd, is duur en ook nog eens niet goed voor het milieu.”

Trouwens, weet hij, de salarissen in China stijgen en dat geldt voor meer ‘lagelonenlanden’. Het prijsvoordeel verdampt razendsnel.

Klopt, doceerde hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen van de Tilburg University al een paar jaar geleden. ‘Reshoring’ is volgens hem zelfs helemaal hot. Vier op de tien bedrijven die producties naar het buitenland verhuisden, denken serieus na om weer naar Nederland te ‘reshoren’. Hij ontwikkelde zelfs een speciale tool waarmee je kunt uitrekenen of dat loont.

Extra plezierige wetenschap voor het midden- en kleinbedrijf: die kan met robots maar zo de concurrentie aan met multinationals. Daar heeft MKB Nederland een term voor: micro-multinationals. Hoewel woordvoerder Thomas Grosfeld daar graag een kanttekening bij plaatst: ,,Veel mkb’ers zijn toeleveranciers van een multinational. Dan zie ik die concurrentie niet zo.”

Overbodig

Voor wie bang is dat robots straks mensenwerk overbodig gaan maken: ,,Onzin, dat gaat niet gebeuren”, zegt Mosterd. In eerste instantie zal een robot vooral werk doen dat mensen toch al niet zo heel graag doen, haakt Grasmeijer in. ,,Waar is een robot goed in, waar een mens? Dat onderscheid moet je maken. Als het dan gaat om visuele controle, beslissingen nemen… Er zullen altijd zaken blijven waar mensen beter in zijn.”

Mosterd: ,,De angst voor de robot zit ‘m meer in wat een robot buiten de fabriek gaat doen. Dat is een heel andere discussie.”


Bron: De Stentor